
In de zomer van 2008 heb ik de hoogste berg van Afrika beklommen: de Kilimanjaro. Deze berg is maar liefst 5895 meter hoog. Mijn avonturen op de Kilimanjaro en tijdens mijn aansluitende vakantie in Kenia zijn terug te lezen op deze pagina. Een deel van de foto's is terug te vinden in het fotoalbum van Wilke.
De beklimming van de Kilimanjaro hebben we van tevoren geboekt via Sammy. Hij heeft voor ons ook de safari in Masaï Mara geregeld.
Bewapend met een grote bergrugzak en een kleinere rugzak stap ik de trein in. Ik heb mijn paklijst drie keer gecontroleerd, dus ik weer zeker dat ik alles heb. Totdat mijn telefoon uitvalt. Verdorie, oplader vergeten. Nouja, Wilke, Marlies of Peter zal vast wel een telefoon met oplader bij zich hebben. Over ruim een uur zie ik ze op Rotterdam Centraal.
Marlies en Peter hebben hun bus gemist, dus Wilke en ik zitten in de vertrekhal van Stena Line op ze te wachten. Gelukkig is de check-in nog een tijdje open. Marlies en Peter zijn er voordat de check-in sluit. Marlies zit tot aan de paspoortcontrole vastgeplakt aan haar vriendje. Gelukkig is het daarna met drie keer uitzwaaien gedaan.
De zee is rustig, hoewel de wind op het bovendek hard genoeg is om flink tegenin te hangen.
We zijn net op tijd door de paspoortcontrole om een trein eerder te hebben dan gepland. Op het eindstation in Londen komen we erachter dat we beter hadden kunnen overstappen. We besluiten een metrokaartje te kopen.
Bij het sluiten van de deuren staat Peter nog op het perron. Drie metro's later zien we hem op het volgende station.
In een nette wijk van Londen vinden we ons hostel. Het heeft veel weg van een studentenhuis. Het is niet al te best onderhouden en in de keuken staat schone en vuile vaat door elkaar. We delen onze kamer met drie Portugese dames die niet zo spraakzaam zijn.
Omdat het pas 23.00 uur is, besluiten we nog een blikje bier te gaan halen. Drank mag hier blijkbaar niet verkocht worden na 23.00 uur, maar als niemand kijkt, krijgen we het toch mee. Alle parken zijn 's avonds afgesloten, dus uiteindelijk drinken we ons bier op een stoeprand, buiten het licht van de lantaarn.
's Ochtends ontbijten we in het hostel. De keuken is rommelig en de broodrooster moet met de hand naar beneden gehouden worden. Desondanks smaken de kleffe cornflakes en de oploskoffie best goed. Het grootste deel van de dag brengen we door in de National Gallery en het British Museum. Daarna eten we een curry in een Indiaas restaurant. De tijd tot zonsondergang brengen we door in Hyde Park.
De reis naar het vliegveld is soepel verlopen. We zijn al om 7.30 uur klaar met inchecken, terwijl onze vlucht pas om 10.00 uur gaat. Aan boord van de Boeing 777 ben ik aangenaam verrast. Ik heb voldoende beenruimte terwijl ik niet eens bij een nooduitgang zit. Ook het eten van Emirates overtreft de verwachtingen. Na 6,5 uur vliegen landen we in Dubai.
Als we om 20.30 uur lokale tijd het vliegveld verlaten, is het nog steeds 42 oC. De zon is gelukkig al onder en bij het vliegveld hangen grote ventilatoren met vernevelaars. Door het zeeklimaat is de luchtvochtigheid erg hoog waarmee het een echte sauna is.
Na twintig meter lopen, besluiten we toch maar een taxi te nemen naar het hostel dat op twee kilometer ligt. We checken in en nuttigen een goede maaltijd in een Indiase fast-foodtent. Daarna belanden we in een lokale kroeg. Daar drinken we vers vruchtensap en roken waterpijp met appeltabak.
Na een goede nacht slaap stappen we weer de immense hitte in om nog wat van de stad te zien. Bij de halte komt al snel onze bus die net als alle voertuigen en gebouwen een goede airco heeft. Onderweg zien we niet veel meer dan gebouwen, reclameborden en hier en daar een bouwput.
Rondom het busstation valt helaas weinig te beleven. Na drie kwartier buiten zijn, houden we het voor gezien en duiken een air-conditioned bus in naar het vliegveld. Onder de nog altijd stoffige hemel stijgt ons vliegtuig op richting Nairobi.
Als we in de rij voor de douane staan, smst Sammy ons. Hij staat in de file. We moeten met niemand meegaan. Ook niet met iemand die zich uitgeeft voor Sammy. Hij zal ons bellen zodra hij er is. Na een kwartiertje in het cafetaria komt een kleine donkere man binnen in een winterjas. Mijn telefoon gaat over en we stellen ons voor. Sammy heeft een grappig accent en een goed gevoel voor humor.
Na een halfuurtje rijden zijn we in Nairobi. In de buitenwijk wisselen hoge gebouwen en stukken platteland elkaar af. Ons gastverblijf wordt bemand door Sarah en Kathryn. Ze lijken iets jonger dan wij. Ze zorgen 24 uur per dag voor het hostel dat ongeveer tien kamers telt. Na een korte douche vallen we snel in slaap onder de klamboes die voor ons klaar hangen.
De compacte bus waar we in stappen is enigszins gammel, maar duidelijk beter dan de meeste auto's die hier rondrijden. We rijden veel door uitgestrekt landschap. Het is een beetje heuvelachtig en bedekt met half verdord savannegras. Her en der groeien struiken of kleine bomen.
Moeilijk te lezen uit de handgeschreven aantekeningen:
De weg is meestal te hobbelig om te kunnen schrijven. Rond de townships lopen veel mensen langs de weg. Soms met wel
dertig kilo hout of met een kar met een twintigtal vaatjes water.
Onderweg hang ik de onderbroek die ik gisteren heb gewassen uit het raam. Met 20 à 25 graden is het niet heel warm, maar door de rijwind is hij al snel droog. Op de savanne staan nu veel meer kleine bomen. Ertussen lopen soms koeien, geiten of ezels. De herders zitten in de berm en dragen prachtige felgekleurde gewaden.
Ruim voor de grens bij Namanga worden "departure forms" uitgedeeld. In Namanga staan we een halfuur in de rij om deze formulieren om te wisselen voor een stempeltje in ons paspoort. Ons busje is al doorgereden want we moeten lopend de grens over. We worden gewaarschuwd om goed op onze spullen te letten. Links en rechts worden we lastiggevallen door mensen die ons armbanden, water en fruit willen verkopen, maar misschien is dat alleen bedoeld als afleiding voor de zakkenrollers. Een Engelsman belandt in een groep Afrikaanse mannen en raakt bijna zijn portemonnee kwijt. Bij de Tanzaniaanse grenspost moeten we uiteindelijk bijna een uur wachten. Onze visa hebben we in Nederland geregeld, maar twee Tsjechen die met onze bus meereizen, hebben wat problemen.
In Tanzania rijden we eerst alleen langs hele kleine dorpjes met een hut of dertig. De meeste hutten zijn gebouwd van stenen, afvalhout, golfplaat en andere materialen die toevallig voor handen waren. Bij een huisje hangt een waslijn van prikkeldraad dat waarschijnlijk makkelijker te vinden is dan ijzerdraad. De dorpskinderen zwaaien vrolijk als we langs rijden. Ze lopen in blauwe gewaden langs de weg, onderweg van school naar huis. In de grotere stadjes wordt niet gezwaaid. Daar rijden waarschijnlijk wel vaker busjes met blanken voorbij.
In Moshi worden we netjes bij ons hotel afgezet. Onze gids en assistent-gids voor de beklimming regelen eten voor ons terwijl wij snel gaan pinnen in Moshi. Bij terugkomst moeten we nog even op het eten wachten. Dit doen we in de buitenlucht onder het genot van een Kilimanjarobiertje.
Voor vertrek kopen we nog snel reservebatterijen en flessen water bij de plaatselijke supermarkt. Onderweg hebben we gezelschap van lokale kunstenaars die hun spullen proberen te slijten. We krijgen ze niet afgeschud en uiteindelijk koopt Marlies een kettinkje voor veel te veel geld.
In het busje dat ons naar Marangu brengt, speelt vrolijk reggaemuziek. Het busje zit stampvol met spullen. Als we beter kijken, ontdekken we zes dragers achterin het busje tussen de spullen.
Voor Afrikaanse begrippen kunnen we vrij snel aan onze klim beginnen. Al na een uur zijn onze dragers ingewogen en is het logboek bij de ingang getekend.
We lopen over een zandpad omhoog onder de bomen. Het pad is modderig van de regen maar niet glad. Na een halve dag lopen zijn we 1200 meter geklommen tot een hoogte van 3000 meter. Net als bij de Machame Gate lopen in Machame Huts tientallen mensen rond. Ongeveer dertig toeristen maken tegelijk met ons de klim. Dit betekent dat er ongeveer het dubbele aan dragers meeloopt.
Er wordt een heerlijke maaltijd naar onze tent gebracht. We krijgen verse popcorn met koekjes vooraf. Daarna volgt een maïzenasoep die goed op smaak is. Verder krijgen we gebakken aardappels, een kippenpootje, verse groente en een toetje van vers fruit. We krijgen ook gekookt water waarmee we zelf thee zetten.
Door de bewolking hebben we weinig uitzicht gehad. Maar dankzij de heldere nacht is de top Kibo prachtig te zien in het maanlicht.
We krijgen een stevig ontbijt met veel calorieën. Die zijn immers nodig om te kunnen klimmen. De klimm is vandaag vrij kort. We zijn al snel uit het regenwoud. Het pad wordt hier rotsachtiger en steiler. Als je snel loopt, voel je dat dat inspanning kost op deze hoogte.
In New Shira Camp gaan we ontspannen zitten in het middagzonnetje. Op een picknickkleed eten we onze zware lunch. Na de lunch krijgen we behalve het gebruikelijke waswater ook zeep. Het is een beetje koud in de wind maar we voelen ons wel weer schoon. Kort na gebruik wordt de zeep meegenomen door een witte raaf. Er leeft een tiental raven rond het kamp en kennelijk eten ze ook zeep.
Onze gids Robert komt 's avonds vragen hoe het gaat. "We're fine", oftewel: "mzuri" in Swahili. Hij vertelt ons hoe we morgen zullen lopen. Daarna wenst hij ons een goede nacht: "Lala Salama".
Na een stevig ontbijt klimmen we van 3800 meter naar 4600 meter. Het is duidelijk dat we op hoogte zitten want de klim gaat steeds langzamer. Onderweg weet Robert ons veel te vertellen over de stenen en de begroeiing. Bij Lava Tower op 4600 meter lunchen we. Lava Tower is een donker rotsblok van 100 meter hoog. Na de lunch beklimmen Wilke en Peter Lava Tower. Marlies heeft hoofdpijn vanwege de hoogte en blijft net als ik in de schaduw zitten.
Zodra Wilke en Peter terug zijn van de klim, dalen we af naar 4000 meter. De zon schijnt erg fel en op deze hoogte hebben we weinig bescherming van de atmosfeer. Factor 50 zonnebrand en een capuchon blijken niet voldoende om te voorkomen dat ik verbrand.
De omgeving van Barranco Camp is erg mooi. Vanuit een grot klatert water in een beekje. Aan de binnenkant van de grot zit ijs tegen de wand. Het beekje stroomt door een vallei waarin exotische bomen en struiken groeien.
Net als de afgelopen dagen ontbijten we met zijn vieren in de grootste van onze twee tentjes. Het is wat passen en meten maar alle schalen, borden en kopjes vinden ergens een plekje. Na het ontbijt klimmen we naar 4700 meter, onze laatste tussenstop voor de top.
Barafu Camp ligt tussen de rotsen waardoor de tenten wat verder uit elkaar staan dan normaal. Op deze hoogte is geen water meer te vinden. Daarom hebben we onderweg onze flessen gevuld in een beekje. De flessen worden verzameld door onze ober die ook drager is. Even later krijgen we ons water gekookt terug.
Het diner wordt vroeg geserveerd. Daarna gaan we meteen naar bed om nog een beetje slaap te krijgen. Om 23.00 uur worden we alweer wakker gemaakt met thee en koekjes. Tijd voor de laatste klim.
Om middernacht vertrekken we richting de top. We zijn alle vier nog redelijk fit maar Marlies heeft wel last van hoofdpijn. Het eerste deel van de klim is redelijk steil waardoor we het erg rustig aan moeten doen. De maan geeft genoeg licht om bij te lopen. Toch gebruiken veel klimmers hun hoofdlampje waardoor de route voor en achter ons goed te zien is.
Na een uur klimmen ben ik bijna continu buiten adem. Op advies van de gids wordt mijn rugzak overgenomen door de drager die meegekomen is met de gids en de assistent-gids. Dit scheelt beduidend maar ik kom nog steeds erg langzaam vooruit.
Na een paar uur lopen wordt het pad nog veel steiler. Wilke en ik zijn uitgeput dus Peter en Marlies lopen vooruit. De steile helling is bedekt met kleine steentjes dus bij elke stap die ik doe, zak ik weer een halve stap terug. Wilke en ik moeten af en toe op een steen gaan zitten om weer op krachten te komen.
Volgens de gids is het niet ver meer naar Stella Point. Maar ik heb er niet veel vertrouwen in. De vorige keren dat hij dat zei, was het nog behoorlijk ver. Ook Wilke twijfelt. Iedere keer als hij gaat zitten, valt hij bijna in slaap. Maar Wilke haalt me in en geeft me een duw in de rug. We gaan ervoor. Na een slopende klim blijkt de gids toch gelijk te hebben: het was inderdaad niet ver meer. Vanaf Stella Point moedigt Marlies ons aan tijdens onze laatste meters op de grinthelling.
Uitgeput ontvangen we de felicitaties van onze gidsen. Het bereiken van Stella Point is al een groen certificaat waard. Een gevoel van overwinning geeft me nieuwe energie. De klim naar Uhuru Peak is niet steil en gaat maar 200 meter omhoog. Met de zonsopgang in de rug zetten we door. Met zijn vieren lopen we over een smal paadje tussen het 30 centimeter dikke ijs. Soms valt er iemand om van de vermoeidheid. Maar na ruim een uur lopen zijn we er.
Op Uhuru Peak ontvangen we weer de felicitaties van onze gidsen. En nu is het gevoel van overwinning compleet. We zijn volledig uitgeput, maar we staan op de top! Het uitzicht is prachtig. We zien andere delen van de Kilimanjaro die gedeeltelijk besneeuwd zijn. Beneden zien we de savanne van Tanzania, gehuld in mist. We kijken neer op de wolken alsof we in een vliegtuig zitten. We maken snel wat foto's, drinken een kop thee en gaan dan weer naar beneden.
De weg naar beneden is steil en mijn coördinatie is niet goed meer. Ik weet nog vrij goed overeind te blijven. Wilke schommelt alle kanten op en krijgt een gids mee als begeleiding. Op de steile grinthelling bij Stella Point verlies is mijn grip. Ik ski ongeveer 50 meter naar beneden en kan maar net een paar dalende klimmers ontwijken. Zittend kom ik tot stilstand. De rest van de afdaling loop ik een minder steile zigzagroute. Terug in Barafu Camp ontdek ik de enorme scheur in mijn broek.
Ik ga snel naar de wc en kruip daarna mijn tent in. Ik ben totaal kapot en heb een lichte hoofdpijn. Even later word ik wakker gemaakt voor brunch. Na een hap houd ik het voor gezien. De mueslireep die ik tijdens de afdaling van Peter heb gekregen, heb ik immers ook niet binnen gehouden. Ik duik terug mijn tent in, maar we moeten helaas verder afdalen. Ik krijg twee flessen suikerwater mee voor de benodigde energie.
Iedereen is duidelijk moe van de beklimming. De afdaling gaat langzaam. Onderweg naar beneden begin ik me steeds beter te voelen. Het begint al te schemeren als we weer het regenwoud in lopen. Eerst wordt het mistig en daarna begint het te regenen. Het is snel donker en het pad is modderig. Onze hoofdlampjes komen moeilijk door de mist en de regen heen. Na een paar valpartijen komen we aan bij Mweka Camp. Het diner smaakt goed en we vallen meteen als een blok in slaap.
We staan later op dan normaal en daardoor is iedereen behoorlijk uitgerust. Ondanks wat spierpijn gaat de afdaling naar Marungu Gate gemakkelijk. Daar drinken we een biertje en bedanken onze gidsen en dragers met een fooi die ze hard nodig hebben om rond te komen. Daarna worden we afgezet in ons hotel in Moshi.
's Avonds eten we lekker en goedkoop in een restaurantje dat dankzij de Lonely Planet nu veel te druk bezocht is. Bijna alle bezoekers zijn toeristen.
Na wat onderhandelen wordt onze voorgenomen excursie naar de Ngorongorokrater alsnog geregeld. We worden in een 4-wheel drive naar Arusha gereden, waar we rustig kunnen lunchen en rondlopen. We slaan ook meteen lunch in voor onze excursie de volgende dag. In Arusha worden we constant lastiggevallen door mensen die ons dingen willen verkopen. Nederlandse kranten, safari's, maar vooral heel veel 'zelfgemaakte' kunstwerken die er in iedere stad precies hetzelfde uitzien.
Op de parkeerplaats ontmoeten we onze chauffeur voor de excursie, Edward. Hij rijdt ons naar Karatu in de buurt van de Ngorongorokrater. We laten onze bagage in het hotel en vragen Edward ons bij een lokaal restaurantje af te zetten. Het restaurantje heeft helaas geen ugali, het lokale voedsel, maar de rijst met beef curry smaakt prima. Als we klaar zijn is Edward weer terug om ons op te pikken. Hij regelt een goede prijs voor het eten en brengt ons terug naar het hotel.
We staan om 5.30 uur op om op tijd in de krater te zijn. Als we het park binnenrijden, zakt de moed ons in de schoenen. Het is erg mistig dus we zullen vandaag waarschijnlijk niks zien. Vanaf het uitkijkpunt kunnen we de krater niet eens zien liggen. Op weg naar de ingang van de krater ligt een Masaï-dorpje. Tussen de rieten hutjes staat een kudde koeien en geiten. Edward vertelt ons dat Masaï alleen vlees eten. Ze drinken water en een mengsel van melk en bloed.
Bij de ingang van de krater komen Masaï naar ons toe. Ze proberen ons de gebruikelijke toeristische prullaria aan te smeren, maar we hebben geen interesse. We rijden 600 meter naar beneden de krater in. In de krater is het helemaal helder en hebben we een prachtig uitzicht. De licht glooiende savanne strekt zich uit binnen een cirkel van 16 kilometer doorsnee. De randen van de krater zijn steil en rijkelijker begroeid dan de droge savanne. De krater wordt als een doosje afgedicht door een wolkendek.
In de krater zien we veel wild: zebra's, gnoes, leeuwen, nijlpaarden, een neushoorn, een cheetah en zelfs twee keer een olifant. Olifanten komen bijna niet voor in de krater omdat de randen te steil zijn voor de jongen om in en uit de krater te kunnen klimmen.
Bij het zoutwatermeer zien we massa's flamingo's. Ook zien we vier leeuwen op een zebra jagen. Iedereen vraagt zich af hoe een van de leeuwen zo dichtbij kan komen zonder dat de zebra hem ziet. Helaas is de leeuw te langzaam bij zijn aanval. En ook de andere leeuwen krijgen de zebra niet te pakken.
Terwijl we de krater uitrijden, komen we verschillende soorten apen tegen. De bavianen zijn wat verlegen, maar de meerkatten gaan ongestoord door met rondspringen, eten en vlooien.
's Avonds komen we aan bij ons hotel in Arusha. We hebben nog niet gegeten dus we vragen bij de receptie om een taxi te bellen. De bekende maatschappijen blijken niet bereikbaar, dus we worden verwezen naar de kruising van een hobbelig zandweggetje met de doorgaande weg. Het is inmiddels donker en geen van de auto's daar heeft een taxibordje. Na veel overleg met elkaar en alle mensen die in de buurt staan, pakken we uiteindelijk de tweede taxi die we aangeboden krijgen. Deze bestuurder spreekt wel Engels en hij brengt ons naar een lokaal soort snackbar. Ik probeer ugali te bestellen maar die is helaas op. Daarom kies ik voor een beef curry met patat. Ook de vegetariërs Peter en Marlies bestellen iets met vlees. In Kenia is het nou eenmaal lastig om iedere dag vegetarisch te eten.
Terug bij het hotel gaan we nog even in de plaatselijke kroeg zitten, twee deuren verder. Het bier is goedkoop en we krijgen veel aandacht van de dorpsgek. Hij spreekt alleen Swahili, maar we krijgen al snel de indruk dat hij alleen op geld uit is. We krijgen ook aandacht van een vrouw die vermoedelijk zichzelf komt aanbieden. Een dikke kerel is zo vriendelijk om ze allebei voor ons weg te sturen.
In Arusha kopen we brood en fruit en daarna nemen we de shuttlebus naar Nairobi. De bestuurder rijdt nogal hard en haalt gevaarlijk in, maar in de buurt van Nairobi komt hij pas echt in zijn element. Hij haalt links in (in Tanzania wordt links gereden), drukt andere bestuurders van de weg en gebruikt beide bermen als extra rijstrook. De gaten in de weg worden genegeerd als we daardoor meer kunnen inhalen. Ik ben blij als we in Nairobi zijn waar Sammy ons oppikt. Hij rijdt ons naar dezelfde plek als vorige keer: Bush House.
In het Bush House ontmoeten we Alex, een Texaan die hier op vakantie is om weeshuizen te bezoeken. Ook ontmoeten we een Schotse ecoloog die een vlinderkweekproject leidt op Zanzibar. Tijdens het ontbijt klinkt vrolijke muziek vanaf het festivalterrein dat achter hostel ligt.
Kort na het ontbijt pikt Sammy ons op. Hij blijft in Nairobi terwijl wij met een busje richting Massai Mara vertrekken. Voorin zitten de bestuurder Patrick en zijn broer Joseph, onze kok. In Nairobi pikken we Diana en Dianna op, twee studenten geneeskunde uit Canada. Daarna pikken we Michael op. Hij is een dokter uit North Carolina en heeft net een halfjaar gewerkt als tropenarts in Oeganda.
Na een uur of zes rijden, komen we aan in Masaï Mara. De weg was nogal wisselend van kwaliteit dus ik ben blij dat ik eindelijk mijn benen kan strekken. We worden verwelkomd door Daniël, een Masaï die Engels spreekt. Hij leidt ons rond door het kamp. In onze tenten staan echte bedden en het toilet is verrassend schoon. De douche heeft warm water uit een ketel waaronder een houtvuur brandt. 's Avonds branden er lampen in het kamp die stroom krijgen van een aggregaat.
Patrick rijdt ons het park in en we zien giraffen en twee jachtluipaarden op maar enkele meters afstand. Bij zonsondergang keren we terug om van een goede maaltijd van onze kok Joseph te genieten. Daarna verzamelt iedereen zich om het kampvuur. We warmen ons aan het vuur tot het tijd is om onze tent in te kruipen.
We staan bijtijds op voor een ontbijt met toast, gebakken eieren, worstjes, pannenkoeken en mango. Na een kop oploskoffie worden we langzaam wakker in het schuddende safaribusje. Een kop lekkere koffie zit er helaas niet in. Alle fatsoenlijke koffie is hier voor de export en zelfs de oploskoffie wordt terug geïporteerd uit het buitenland.
We zien vandaag onder andere leeuwen met een welpje, een neushoorn, olifanten, zebra's en een grote kudde rennende gnoes. Aan het eind van de middag besluiten we om een Massaïdorp te bekijken. De entree is tien euro per persoon wat hier belachelijk veel geld is. Daniël vertelt ons dat het geld gebruikt wordt om een school te bouwen voor de Massaïkinderen. Wilke, Marlies en ik besluiten om de rondleiding te nemen, terwijl Peter in het kamp is achtergebleven om te relaxen.
We worden verwelkomd met de jachtdans van de mannen. De dans wordt vergezeld van hijgerig gegrom en woorden in Massaï. Tijdens de dans laten de mannen zien hoe hoog ze kunnen springen. Daarna krijgen we een welkomstdans van de vrouwen die begeleid wordt door vrolijk gezang.
Het kamp is cirkelvormig met een doorsnee van ongeveer dertig meter. Er omheen staat een hek van prikkelstruiken dat ongeveer anderhalve meter hoog is. Dit hek beschermt 's nachts het vee, hoewel het met maar anderhalve meter hoog eerder het vee binnen houdt dan de roofdieren buiten. In het dorp staat een tiental hutten die gemaakt zijn van takken, bekleed met gedroogde koeienmest. We gaan een hut binnen en nemen plaats in het donker. Naast me vind ik een kalfje dat nog te jong is om naar buiten te mogen. Ik vermoed dat het kalfje bij zijn moeder weg gehouden wordt omdat het ander te veel melk drinkt. Door een opening in de hut valt een smalle streep licht naar binnen. Midden in de hut is een kookplaats waar 's avonds een vuurtje brandt. Aan de zijkanten zijn bedstedes.
We krijgen een uitgeholde kalebas te zien waarin melk en bloed bewaard worden. De melk wordt geconserveerd met een hete stok zodat deze drie dagen houdbaar is. We krijgen ook een leeuwentand te zien. Iedere Masaï-man moet een leeuw doden als hij volwassen wordt. De tand draagt hij de rest van zijn leven om zijn nek. Sommige Masaï hebben grote gaten in hun oren waar sieraden in kunnen hangen. Het oudste kind van een gezin krijgt altijd gaten in zijn oren. De andere kinderen mogen hier zelf voor kiezen. Veel Masaï dragen ook sieraden om hun armen en nek. Verder dragen ze een soort picknickkleed met daaronder een korte broek. Sommigen dragen sandalen, anderen lopen op blote voeten.
Als we het dorp verlaten, blijkt er buiten een hele markt voor ons te zijn uitgestald. Vanuit alle omliggende dorpen zijn Masaï gekomen om hun sieraden, beelden en wapens te verkopen. Niemand heeft interesse om iets te kopen en door de hoge entreeprijs voel ik me niet echt bezwaard.
We staan om zes uur op om op de vroege ochtend roofdieren in actie te kunnen zien. Helaas zien we niet veel. Volgens de Lonely Planet jagen de leeuwen hier voornamelijk rond lunchtijd omdat er dan niet zoveel toeristen rondrijden. Na het ontbijt rijden we terug richting Nairobi. In Narok nemen we afscheid van Diana, Dianna, Michael en onze chauffeur Patrick. Terwijl zij doorreizen naar Nairobi, nemen wij plaats in een 15-persoons busje dat ons naar Kisii brengt. Het busje is iets kleiner dan de meeste 9-persoons busjes in Nederland, dus we hebben niet veel beenruimte.
Het 15-persoonsbusje, dat Matatu heet, levert ons veilig af in Kisii. Matatu's schijnen een vrij gevaarlijke manier van reizen te zijn, maar het is vaak de enige vorm van openbaar vervoer. Op het Matatu-station is het een grote chaos. Busjes rijden toeterend af en aan terwijl iedereen probeert ons als klant zijn Matatu in te lokken. In de hoofdstraat staat een Matatu frontaal] tegen een vrachtwagen geparkeerd.
We lopen tussen duizenden mensen door langs de vele kraampjes die langs de straat staan. De goot en de bermen liggen vol afval en op verschillende plaatsen ruikt het onfris. Met behulp van de Lonely Planet vinden we een zeer simpel en goedkoop hotelletje. Het personeel is erg vriendelijk en behulpzaam. Kisii zit zonder leidingwater maar er worden met genoegen emmers water voor ons naar boven gesjouwd. Ook kunnen we voor een paar euro al onze kleren laten wassen.
Op de markt kopen we vier grote stukken ananas. In een rustig straatje gaan we in de berm zitten om de ananas op te eten. We worden vreemd aangekeken door de lokale bevolking. In Kisii komen bijna geen blanken en al helemaal geen blanken die rustig een stuk ananas eten in de berm. Tegen het eind van de middag besluiten we een biertje te gaan drinken. In een gebouw met winkels, kantoren en restaurants vinden we een nette, kleine kroeg. Daar ontmoeten we een vriendelijke man die de broer van de eigenares is. Hij blijkt journalist en hij schrijft artikelen voor een grote nationale krant. Hij is enkele jaren terug in Nederland geweest voor een mediacursus en hij vind het erg leuk om Nederlanders te ontmoeten. De man stelt zich voor als Kennedy. We gaan samen de stad in om te eten. Het eten in het restaurant blijkt goedkoper dan in de supermarkt. Bovendien smaakt het prima. Kennedy wil ons graag wat van Kisii laten zien en we spreken de volgende dag om tien uur af.
In het hotel frissen we ons op en daarna gaan we richting de lokale nachtclub. Een bewaker van het hotel loopt met ons mee, ondanks dat het maar 200 meter lopen is. Peter is moe en blijft achter in het hotel. Als het nachtleven eenmaal op gang is, is het erg gezellig in de club. Het is maandag en niet druk, maar uiteindelijk staan we midden tussen de Kenianen te dansen. Helaas komt de bewaker van het hotel ons al om twaalf uur halen, zoals afgesproken. Met drinken nog een kop thee met hem en daarna gaan we slapen.
In het hotel kost het wat moeite om ontbijt te bestellen. Alles op de Engelstalige menukaart is uitverkocht volgens de serveerster. In de keuken blijkt dit niet waar te zijn, dus we wijzen eieren en brood aan. Als we eindelijk ontbeten hebben, zijn we iets te laat voor onze afspraak met Kennedy. Gelukkig is hijzelf nog later. Kennedy laat ons alle belangrijke plekken van Kisii zien. We nemen een kijkje in het beste ziekenhuis van de stad. Ze kunnen er röntgenfoto's en ECG's maken, maar ik zie tijdens de rondleiding wel een rat rond rennen.
We bezoeken ook het gemeentehuis. Kennedy heeft kennelijk een afspraak voor ons gemaakt met de burgemeester. We voelen ons nogal bezwaard dat we zomaar naar binnen mogen terwijl er zeker tien mensen zitten te wachten. De burgemeester vertelt over de projecten waarmee hij bezig is. Het Matatu-station komt op een andere plek om het centrum te ontlasten. Ook worden de wegen gerepareerd. Gezien de staat van de wegen en de chaos rondom het Matatu-station lijkt dit ons een erg goed plan. Daarnaast wil de burgemeester het op straat gooien van afval strafbaar stellen. En om de stad verder op te fleuren, komen er bloemperken. Daardoor zal Kisii een stuk aantrekkelijker worden voor toeristen. En dat terwijl de stad zonder water zit. Dat lijkt ons niet het meest geschikte moment om bloemen te planten. Maar met het repareren van de pompen lijkt de burgemeester geen haast te hebben. Hij verwacht dat er over een halfjaar wel weer water zal zijn. Tot die tijd moeten de mensen zelf water halen uit een rivier 6 kilometer verderop. Want het water dat op straat verkocht wordt is met 1 cent per liter voor de meeste mensen veel te duur.
Kennedy leidt ons langs de gevangenis. Hij vertelt dat je in Kenia voor het vergeten van je ID-kaart een maand de cel in gaat. Dat is even veel als de straf voor rijden onder invloed, hoewel je bij rijden onder invloed ook een halfjaar je rijbewijs kwijt bent. En terwijl ik me zorgen maak over het Keniaanse rechtssysteem, vertelt Kennedy dat de borg voor een maand gevangenisstraf ongeveer 10 euro is. Dat is voor de meeste Kenianen niet te betalen, maar als rijke toerist kun je kennelijk veel maken hier. Na de lunch blijft Peter in het hotel. Wilke, Marlies en ik stappen in een Matatu naar Manga. Daar schijn je een prachtig uitzicht te hebben over het Victoriameer.
De Matatu stopt aan het einde van een zandweg. Van een stadscentrum is totaal geen sprake. We lopen met een oude man mee de heuvel op. Bovenop de heuvel blijkt het te mistig om het Victoriameer te kunnen zien. Een jongeman die bij ons in de Matatu zat, nodigt ons uit met hem mee te lopen. We waren toch al van plan een eindje te gaan wandelen en we zijn wel benieuwd naar zijn huis. We lopen over een smal paadje door de heuvels. Overal liggen kleine lapjes landbouwgrond tegen elkaar aan. Na een halfuur komen we uit op een zandweg. We worden door veel verschillende mensen begroet. Vooral de kinderen vinden ons erg spannend en interessant. Een tijd later komen we bij het huis van de jongen. Zijn familie is behoorlijk rijk. Ze hebben een flink stuk land met verschillende huisjes erop. We worden voorgesteld aan de familie en nemen plaats in de huiskamer van oma. Die staat vol met stoelen en banken. Verder staan er twee kacheltjes. Op een ervan wordt gekookt. Aan de muur hangen posters van een oom die vorig jaar heeft meegedaan aan de verkiezingen. Hij heeft helaas niet gewonnen. Voordat we weer terug gaan, neemt de vader van de jongen ons nog even apart. Hij zoekt een universiteit in het buitenland voor een van zijn zoons. We vertellen dat er in Nederland wel een aantal Engelstalige opleidingen zijn, maar dat het krijgen van een beurs niet makkelijk is. Daarvoor kan hij toch beter naar de VS gaan.
De jongen brengt ons terug naar een enigszins doorgaande weg. Na even wachten stopt er een Matatu. Het is dit keer geen busje maar een Toyota Corolla station. Desondanks blijken er veertien mensen in te passen.
's Avonds vermaken we ons in dezelfde nachtclub. Peter houdt het na een biertje voor gezien, maar Wilke, Marlies en ik zijn blij dat de nachtwaker van het hotel ons vanavond niet komt ophalen.
Peter is het eerste op en gaat alvast ontbijt en water halen. In een internetcafé zoekt hij het reisadvies voor Kakamega op. Daar zijn namelijk net twaalf Nederlandse studenten overvallen waarvan er vijf verkracht zijn. De krant meldt dat het incident op zich staat en het reisadvies van de Nederlandse ambassade is niet veranderd. Dus we nemen afscheid van het vriendelijke hotelpersoneel en stappen in een Matatu.
Kisumu is de grootste stad in de buurt van Kakamega. We kunnen vanuit hier onze geplande excursie naar Kakamega Forest organiseren. Maar de stad is groot, enorm druk en onaantrekkelijk. We kopen water en nemen een Matatu naar Kakamega. Helaas komen we niet verder dan net buiten Kisumu. Met een luide knal laat de linker achterband het afweten. We gaan in de berm zitten en bereiden ons voor op uren wachten. Maar binnen tien minuten staan er twee andere Matatu's langs de weg en met wat proppen vervolgt iedereen zijn reis. In Kakamega pakken we een taxi naar het Bandakamp in Kakamega Forest.
Het kamp ligt midden in het regenwoud. We slapen in Banda's: ronde hutjes met een enorm kegelvormig rieten dak. Er loopt een gids rond in de buurt van het kamp en we plannen meteen een wandeling voor de volgende dag.
Na het ontbijt komt onze gids Humphrey ons oppikken. We lopen over een vochtig paadje door de jungle. De grond is bedekt met takjes en bladeren. Tussen de struiken is een pad weggehakt van ruim een halve meter breed. Het bladerdak is redelijk dicht en er valt niet veel licht doorheen. De bomen bereiken hoogtes tot een meter of veertig. De onbedekte kleipaadjes en houten bruggetjes zijn soms vochtig en daardoor erg glad. We stoppen onderweg regelmatig om vogels of vlinders te bekijken. We zien ook roodstaartaapjes, maar die zijn helaas erg schichtig.
Het regenwoud heeft veel weg van Burgers Bush. Daar zal Burgers Zoo erg blij mee zijn, maar het maakt voor mij de ervaring iets minder bijzonder. Wel erg mooi zijn de geluiden in het bos. Er zitten ontzettend veel vogels, waaronder neushoornvogels. Die maken een schor lachend geluid. Ook horen we bavianen brullen. Het geluid doet het meest denken aan een kikkerconcert. Verder zitten er krekels die even veel herrie maken als een auto met een slippende V-snaar. Na een tijdje lopen hoor ik in de verte het geruis van stromend water. Het geruis wordt steeds harder tot we ineens bij een wilde rivier staan. Op de weg terug worden we uiteraard getrakteerd op een tropische regenbui.
Om 5.00 uur vertrekken we half slapend voor de Sunrise Walk. Al snel laten de bavianen weten dat ze ook wakker zijn. Met onze hoofdlampjes zien we net genoeg om het tempo van Humphrey te kunnen volgen over de gladde paadjes. Als we uit het bos komen, begint het licht te worden. We beklimmen een steile heuvel. Bovenaan hebben we een adembenemend uitzicht over het diepgroene bos. Iedereen zoekt een plekje om te zitten en geniet van de zonsopkomst. Daarna gaan we terug om te ontbijten. Zodra we klaar zijn, komt onze taxi naar Kakamega aanrijden.
We hebben geluk; in Kakamega staat een bus naar Nairobi klaar en die zal over twintig minuten vertrekken. Marlies en Peter gaan snel inkopen doen. Als Wilke en ik terug komen van de wc zijn ze verdwenen tussen de winkelstraatjes. Al na vijf minuten wil de bus vertrekken. Van Marlies en Peter is geen spoor te bekennen. In een uiterste poging de bus tegen te houden, ga ik er midden voor staan. Wilke gaat op zoek naar Marlies en Peter. Net als de chauffeur besluit me omver te rijden, komen Wilke, Marlies en Peter aanrennen.
Het eerste stuk is niet echt opgeschoten dus ik hoop dat de bus straks beter doorrijdt. Als Wilke een medepassagier vertelt dat we naar Nairobi gaan, lacht hij ons hartelijk uit. Hij schat dat we rond 3 uur 's nachts zullen aankomen. De bus staat inmiddels al anderhalf uur in Kisumu, dus we hebben weinig vertrouwen in een snelle reis. We stappen uit en vragen een deel van ons geld terug. Dat gaat niet. Bovendien wordt ons beloofd dat de bus vanaf nu zal doorrijden. We zijn niet overtuigd, maar ineens vertrekt onze bus met onze bagage nog in het ruim. Snel springen we er weer in. De chauffeur stopt en rijdt de bus weer achteruit. Ik word boos en schreeuw om onze bagage. Wilke probeert bij de conducteur ons geld terug te krijgen. Uiteindelijk krijgen we het bagageruim zelf open. Zonder geld maar met bagage stappen we in een shuttle express naar Nairobi.
Door de extreem slechte weg komen we om 22.00 uur aan in het oude vertrouwde Bush House. Onze Texaanse vriend Alex blijkt ook te zijn teruggekeerd. Met zijn allen gaan we naar een nachtclub om de hoek. Het is een redelijk sjieke tent maar de prijzen zijn nog altijd lager dan in Nederland. Na een biertje breng ik Peter terug naar het Bush House. Met de overgebleven vier wachten we op de kip die we besteld hebben. Onze serveerster doet hard haar best bij de grilltent die in hetzelfde gebouw zit. Als we na twee uur eindelijk onze kip krijgen, is zelfs Marlies vergeten dat ze vegetariër is.
We nemen de bus naar de stad en stappen daar over op de bus naar het Giraffe Centre. Er lopen ongeveer tien giraffen rond, verschillend in grootte. Vanaf de eerste verdieping kunnen we de giraffen voeren en ondertussen ook aaien. Ik doe net als de verzorger een brokje voer tussen mijn lippen en word gezoend door een giraffe.
's Middags drinken we een overheerlijke kop koffie in de stad. Dat is een welkome afwisseling na alle oploskoffie. Na de koffie gaan we winkelen voor souvenirs. We weten al dat het zwaar onderhandelen zal worden, maar uiteindelijk valt het toch tegen. Na een halfuur afdingen en trucs uithalen, denken we een redelijke prijs te hebben. Even later komen we er op de markt achter dat we ongeveer drie keer teveel betaald hebben.
Na het eten gaat Peter terug naar het Bush House. Wilke, Marlies en ik gaan op zoek naar de roemruchte nachtclub Florida. Die is niet moeilijk te vinden want twee vriendelijke mannen bij ons in het restaurant geven ons een lift erheen. We betalen voor hen de entree, maar na twee rondjes drinken blijkt dat ze helemaal geen geld bij zich hebben. Een taxi was toch goedkoper geweest. Florida is een mooi ingerichte nachtclub in de vorm van een paddestoel. De schuine wanden zijn van glimmend metaal en weerkaatsen het discolicht. In het midden ligt een ronde dansvloer. De zitplaatsen langs de kant zijn bekleed met rood fluweel. Florida staat bekend als een hoerentent en ondertussen beginnen de schaars geklede vrouwen binnen te druppelen. Op de dansvloer krijgen Wilke en ik meer aandacht dan ooit en de dames hier blijken goed te kunnen dansen. Wilke raakt aan de praat met een meisje, terwijl Marlies bij mij in de buurt blijft omdat ze geen zin heeft om te dansen met het type mannen dat hier komt. Als Marlies en ik naar huis gaan, blijft Wilke achter met het meisje. De volgende dag weet hij te melden dat Afrikaanse meisjes beter dansen dan dat ze zoenen. En tegen onze verwachtingen in blijkt het meisje geen hoer te zijn.
Ondanks dat het gisteren erg laat is geworden, is Marlies vroeg opgestaan om dreadlocks in haar haren te laten zetten. Als Sammy ons komt oppikken zijn ze nog niet af. Gelukkig helpt Sarah mee met vlechten. Zodra Marlies haar kapsel af is, nemen we afscheid van Alex, Sarah en Kathryn. Op het vliegveld hebben we nog ruim de tijd voordat we door de douane moeten. Daar komt Wilke erachter dat hij nog een halve fles whisky in zijn handbagage heeft zitten. De fles is zeer duidelijk zichtbaar in de scanner. Gelukkig kan de Keniaanse douane er wel om lachen. We mogen de whisky meenemen, maar de fles niet. De douaniers hebben erg veel lol als we met zijn vieren de fles leegdrinken. Los en ontspannen nemen we plaats in het vliegtuig.
Vanwege de lange overstap, hebben we hetzelfde hostel in Dubai gereserveerd. Na het ontbijt blijkt dat Wilke, Marlies en Peter hun aansluiting richting Iran vrij krap gepland hebben. De eerstvolgende taxi kan namelijk pas na 45 minuten bij het hostel zijn. Dat is een beetje krap dus we lopen met zijn allen naar de grote weg om een taxi aan te houden. De enige taxi die niet vol is, geeft aan dat hij niet kan stoppen op de grote weg. Marlies gaat terug naar het hostel terwijl Wilke, Peter en ik de kleinere straten proberen. Eindelijk komt er een taxi bij het hostel voorrijden. Ik help Wilke, Marlies en Peter met hun bagage en neem snel afscheid. Dan spoedt de taxi zich naar Sharjah Airport. Ik heb nog ruim de tijd om mijn vlucht vanaf Dubai International Airport te halen, dus ik ga lopen naar het vliegveld. Het is ruim veertig graden, maar vijf kilometer lopen moet te doen zijn. De route die ik in gedachten had, blijkt echter niet mogelijk. Het vliegveld heeft alleen ingangen aan de zuidzijde dus ik moet er helemaal omheen lopen. Na ruim twee uur lopen bereik ik oververhit de koele vertrekhal van het vliegveld. Ondanks de twee liter water die ik onderweg op heb, heb ik enorm veel dorst. Na een groot glas vruchtensap, check ik in en vlieg via Londen terug naar Nederland.